Karstens column in Fiets - november 2008

Imlil

Vlak na de Ronde van Lombardije ben ik samen met Anne en de twee meisjes acht dagen in Marokko geweest. We begonnen onze reis in Marrakech, een stad in het binnenland van Marokko aan de voet van het Atlasgebergte. De stad zou in de voor Afrikaanse begrippen vruchtbare Haouzvlakte moeten liggen maar ik vond het er maar een droge boel. De derde dag was er een uitstapje naar de Hoge Atlas gepland. Het leek me lichtelijk overdreven dat er een vierwiel aangedreven terreinwagen met grote noppenbanden ons op kwam pikken bij het hotel want zo slecht waren de wegen rond Marrakech toch niet en Imlil, onze eindbestemming, was maar een dikke vijftig kilometer verder. Maar hoe verder we de Hoge Atlas inreden, hoe slechter de weg werd. Het gehucht Imlil lag uiteindelijk aan het einde van de weg en aan de voet van de Jebel Toubkal die met zijn 4167 meter de hoogste berg van Noord Afrika is.

De oorverdovende stilte in Imlil was een verademing na de drukte in Marrakech. Dit was de rust waar ik op gehoopt had na een druk seizoen waarin extrasportief gezeik wederom de boventoon voerde. Ik waande me in een andere wereld toen de ezels met daarop de familie Kroon de besneeuwde bergtoppen tegemoet reden. Even geen prestatiedruk, even weg uit het soms beklemmende en altijd merkwaardige wielerwereldje. Dochter Sammie die nu dik twee jaar oud is zat voor me op de dappere ezel en was vermoeid van alle emotie in slaap gevallen. Ik snoof de zuivere berglucht in me op vermengd met de zoete geur van walnoot- appel- en kersenbomen. Ik voelde me helemaal tot rust komen en had al bijna weer zin om te gaan trainen toen mijn gsm rinkelde.

Dat geloof je toch niet? Hoe is het mogelijk dat ik bereik had zo hoog in het Atlasgebergte? En wie belde me? Dit kon geen goed nieuws zijn. Even schoot het door mijn hoofd dat dit een telefoontje zou zijn van weer een dopingjagereskader dat me wilde onderwerpen aan mijn 29e out-of-competition controle van het jaar. Het bleek ploegleider Kim Andersen die me wist te melden dat ik mijn whereabouts niet in orde had, ik behoorde minstens zes weken vooruit aan te geven waar ik ben en ik had het maar voor vier weken gedaan. Soms heb ik wel eens de illusie dat ik het wielrennen even naast me neer kan leggen maar dat kan niet, het laat me nooit los. Gelukkig was Sammie niet wakker geworden.


Deze column schreef Karsten in Fiets

Terug naar index columns 2008


Wil je reageren, schrijf dan in het gastenboek