Karstens column in Sportweek - 13 oktober 2008

Boerenslim

Wielrennen is een sport die soms moeilijk uit te leggen is aan mensen. De essentie van de sport is dat je er voordeel van hebt als je achter iemand fietst. Dat maakt wielrennen een tactische sport. Je moet het ook weer niet moeilijker maken dan het is. Boerenslimme renners als Nico Eeckhout winnen koersen terwijl professor in de wiskunde Maint Berkenbosch vaak teveel nadenkt en de plank volledig misslaat.

Als je in een peloton rijdt heb je daar zoveel windvoordeel van dat het aanvoelt alsof je achter een vrachtwagen rijdt. Maar het probleem is natuurlijk dat de meest mensen nooit nog nooit op een racefiets hebben gezeten laat staan dat ze achter een vrachtwagen hebben gefietst! Dit maakt dus nog niets duidelijk. Feit is dat als je in een peloton op een rechte vlakke weg vijfenveertig kilometer per uur rijdt je amper hoeft te trappen, terwijl de dappere eenzame vluchter zich helemaal te barsten rijdt.

Afgelopen donderdag reed ik Parijs-Bourges, een semi-klassieker in Frankrijk. In Frankrijk wordt anders gekoerst dan in andere landen. Als ik vroeger met Rabobank de Ronde van Nederland reed, verwachtte iedereen dat onze ploeg de verantwoordelijkheid nam in de koers. Hetzelfde gebeurt ieder jaar in de Ronde van Denemarken met mijn huidige Deense ploeg SCS-Saxo bank. Franse ploegen denken anders. Ze nemen bijna nooit hun verantwoordelijkheid in eigen land en dat leidt soms tot heel rare koersen.

Zo ook donderdag. Vanuit het vertrek reed er een kopgroep van zes renners weg. Vier grote Franse ploegen zaten niet mee in de ontsnapping en volgens een van de ongeschreven wielerwetten was het aan hen om de achtervolging in te zetten. Wie van de vier zou er nou op kop gaan rijden? Als ze gewoon allemaal een renner op kop laten rijden als het gat nog niet te groot is dan is de koers onder controle. Maar die domme Fransen zijn te trots om even met elkaar te gaan praten dus was het dom afwachten wie zijn geduld verloor. Maar de een wilde niet op kop gaan rijden voordat de ander dat deed en zo liepen de koplopers donderdag ver weg, te ver weg. Vlak nadat ze weg waren gereden reed ik naast Servais Knaven, ploegmaat van Bernard Eisel en een van de vluchters. Ik zei tegen hem dat Bernard dit jaar wel opvallend goed was in het meezitten in kansloze ontsnappingen. We lachten wat maar hadden toch respect dat hij in oktober nog de motivatie had voor een dergelijke onderneming. Eisel won uiteindelijk de koers door in een kansloze ontsnapping te zitten. Met dank aan de merkwaardige Franse ploegleiders.


Deze column schreef Karsten in Sportweek

Terug naar index columns 2008


Wil je reageren, schrijf dan in het gastenboek