Karstens column in Fiets

De twaalfde etappe van de Vuelta finishte bovenop de Alto de l’Angliru. Ik was tot de voet van de voorlaatste col bij Carlos Sastre gebleven, daarna reed ik in mijn eigen tempo verder. Het zou de eerste keer zijn dat ik deze beestachtige klim op mocht rijden. Ik reed alleen, de meeste renners die niet voor het klassement reden waren al eerder afgehaakt.

De eerste zes kilometers van de Angliru zijn goed te doen. De laatste zes zijn absurd. Het gemiddelde stijgingspercentage hier is veertien procent met uitschieters tot bijna vierentwintig procent. Dat is zo steil dat je niet gewoon kunt blijven zitten omdat je dan achterover dondert. Het is een van de weinige cols waar zelfs beroepsrenners een compact cranckstel gebruiken (34x28 om precies te zijn). Tijdens die eerste kilometers zag ik links van me door de duizenden toeschouwers duidelijk de weg omhoog slingeren tegen de steile bergwand. De laatste keer dat deze klim in de Vuelta was opgenomen was het hondenweer. Volgauto’s konden op de steilste gedeeltes niet omhoog rijden en blokkeerden de weg. David Millar stapte uit protest tien meter voor de meet uit de Vuelta. De organisatie besloot daarop de Angliru niet meer op te nemen in de Vuelta. Tot dit jaar. Helaas voor de op heroïek beluste Asturiërs was het dit jaar droog!

Op de steilste stukken zag het zwart zag van de mensen. Allemaal maffe Spanjaarden die al de hele middag hadden staan barbecuen en bier drinken, een prachtige sfeer. Alleen maar mannen. Om de tien meter stond er aan beide kanten van de weg een lid van de Guardia Civil die de veiligheid van de renners moest garanderen en er op moest toezien dat er niet geduwd werd. Te enthousiaste fans werden hardhandig met de wapenstok aan de kant geslagen.

Ik kon er wel om lachen. Op de wat minder steile gedeeltes nam ik even de tijd om op adem te komen, zodat ik de steile gedeeltes zonder al teveel problemen op kon kruipen. Ik kon me niet voorstellen hoe het moest zijn om hier maximaal tegenop te rijden.

Na de aankomst reed ik meteen de circustent binnen die daar door de organisatie met gevoel voor beeldspraak was neergezet voor de renners. Ik plofte op een klapstoeltje neer en keek recht in het gezicht van Carlos die tegenover me zat. Ik schrok me kapot. Ik herkende hem bijna niet. Hij was twintig minuten eerder al gefinisht maar zag nog steeds lijkbleek. Zo had ik hem nog nooit gezien, hij leek tien jaar ouder. De Angliru had hem gekraakt. Ik keek in het gezicht van een verslagen man.


Deze column schreef Karsten in Fiets

Terug naar index columns 2008


Wil je reageren, schrijf dan in het gastenboek