Karstens column in Fiets

Talent
Alle beroepsrenners zijn momenteel hard aan het trainen. En iedereen denkt dat hij dat het beste doet (dat hoop ik toch anders ben je niet goed bezig) maar luistert toch met gespeelde desinteresse naar de verhalen van andere renners. Sommige ploegen zijn momenteel in Amerika, andere in Australië, maar de meeste kiezen toch voor Spanje. Ik zit op het moment dat ik dit verhaaltje schrijf op Mallorca. Ik lig eenzaam alleen op een kamer, omdat mijn kamergenoot spoorslags is vertrokken toen ik een paar dagen terug ziek werd. Ik had een typische aanval van het “Mallorcavirus”. Ik ben 6 maal in een hotel op Mallorca met een lopend buffet geweest, en van die zes maal ben ik vier keer ziek geworden. Dat kan geen toeval zijn!
Deze keer was ik gelukkig maar een dagje zielig, dus dat valt nog mee. Vandaag was weer een mooie dag. De eerste test (lees koers) van het jaar! Als Bjarne dat de avond van tevoren aankondigt valt er altijd een nerveuze stilte. Ga ik door de mand vallen? Heb ik wel genoeg getraind? Hebben die akelig fanatieke ploegmaten van me misschien stiekem meer getraind dan ik? Tijdens de afdaling van de Col de Soller reed ik op het gemak naar beneden met de legendarische Duitse diesel Jens Voigt. Jens begon een heel verhaal over talent en training. Jens mag graag klagen over zijn thuissituatie, hoe zwaar het wel niet is met 5 kinderen. Hoewel, klagen, ik heb nu zelf 2 kinderen en 5 lijkt me inderdaad een hel! Maar volgens Jens komt hij er niet aan toe om te trainen zoals hij zou moeten, en dat geloof ik wel.
Hij vertelde me dat hij laatst een hoogoplopende discussie had met een toerrijder, die beweerde dat hij misschien wel net zoveel talent had als Jens. Maar doordat hij had gekozen voor een maatschappelijke carrière (wat een vreselijk eufemisme toch voor het aanvaarden van een tekort aan talent) was hij nooit zover gekomen om dat te bewijzen. De toerder ging zover om te zeggen dat als Jens na het seizoen een maand niets had gedaan, hij weer op nul stond en dat als de toerder vanaf dan alle trainingen zou doen die Jens deed dat hij dan misschien wel net zo goed zou worden. Jens kan zulke momenten prachtig beeldend omschrijven in zijn vlekkeloze Engels met een akelig Oost Duits accent.
“Je kan me voor een jaar in een doos stoppen en zelf gaan trainen zoveel als je wilt en als je hem open maakt dan spring ik eruit en dan kan ik je er waar dan ook afrijden! Die 20 jaar training van mij kan je onmogelijk nog bijbenen.” Ik denk dat hij daar helaas voor de overmoedige toerder nog gelijk in heeft ook. Ondanks zijn 5 kinderen en 80 kilo was Jens bij de beklimming van de 1030 meter hoge Puig Major weer bij de besten.
Wil je reageren, schrijf dan in het gastenboek