Karstens column in ProCycling

De Muur

Toen ik als junior voor het eerst etappekoersen ging rijden begreep ik niet goed wat er gebeurde. Soms voelde ik me goed, vaak voelde ik me slecht en het leek wel of andere renners daar minder last van hadden. Naarmate ik ouder werd leerde ik dat het aan mij lag, ik heb geen constant niveau tijdens een etappekoers. Jammer, maar ik heb me er al lang geleden bij neergelegd dat ik nooit de Tour ga winnen. Ik heb geleerd dat mijn grootste zwakte als renner gelijk mijn grootste sterkte is: Ik kan me heel goed focussen op één dag en dan enorm over mijn toeren gaan. Ik kan in één dag zo enorm diep gaan dat ik vervolgens dagenlang niet vooruit te branden ben. Ik ben een klassiekerrenner.

Doordat ik er zo goed in ben zijn de grote eendagskoersen ook mijn grote liefde in het wielrennen geworden. Naarmate ik ouder werd verteerde ik ook de lange afstanden steeds beter, en op mijn 28e kon ik voor het eerst de finales rijden in de koersen boven 220 kilometer. Al jaren rijd ik de grote eendagswedstrijden en hierdoor kan ik de parkoersen geblinddoekt rijden, wat een enorm voordeel is. Zonder parkoerskennis is het bijna onmogelijk om op het podium te rijden!

Al een paar jaar beul ik mijn lichaam in de winter af met de Ronde van Vlaanderen, Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik in mijn hoofd. Wat maakt een wielerwedstrijd eigenlijk een klassieker? De historie eigenlijk die eraan voorafgaat zou je zeggen.

Van de koersen die me goed liggen is de Ronde van Vlaanderen de koers met de grootste historie. Belgen noemen hem liefkozend “De Ronde”, en het is de hoogdag van de Vlaanderen. De sfeer op die dag is ongelofelijk, het lijkt of er elektriciteit in de lucht hangt. Iedere wielerliefhebber verdient het om dat een keer mee te maken. 100 Duizenden mensen staan zo blij als een kind langs de kant van de weg, de bewondering voor de hoofdrolspelers druipt van hun gezichten. De koers bouwt langzaam op naar een hoogtepunt, en mijn ervaring is dat het mooiste moment “De Muur” is. De Muur van Geraardsbergen. Op De Muur gaat iedereen met de billen bloot, De Muur kent geen genade. De afgelopen 3 jaren finishte ik respectievelijk als 11e, 8e en 4e, en reed ik daar dus telkens met de eersten omhoog. Het voelt voor mij als een bijzonder voorrecht om daar dan met kramp over mijn hele lichaam omhoog te mogen beuken. Je rijdt als in trance door een zee van geluid en je kunt dan niet minder geven dan alles wat er nog in je lichaam zit. Ik moet toegeven dat het voor mij enorm moeilijk is om deze koers ooit te winnen, ik ben er met mijn 65 kilogram eigenlijk te licht voor, altijd zijn er zwaardere en dus intrinsiek snellere mannen in de finale. Maar de aflopende rij uitslagen belooft en ik voel me momenteel sterker dan ooit. Ik droom van De Ronde en kan niet wachten tot het 6 april is.


Deze column schreef Karsten in het ProCycling, een nieuw blad van Sportweek

Terug naar index columns 2008


Wil je reageren, schrijf dan in het gastenboek